Tjalliehuisman.nl

FOCUS

 Mijn aandacht werd voor dit woord gevraagd, deze week. Het werd heel vaak gebruikt door de sporters  op de Olympische Spelen.

Je moet je helemaal en alleen maar concentreren op de wedstrijd die komt. Dat zie je gebeuren: veel sporters dragen een koptelefoon en hun blik staat op oneindig. Ze zijn zich niet bewust van de wereld om hen heen. Ook tijdens de wedstrijden zijn ze volledig gericht op hun eigen prestatie.

Afgelopen week keek ik op een avond naar turnen. Nou heb ik zelf helemaal niet de behoefte om die sport te gaan beoefenen ( ik vind het allemaal martelwerktuigen ), maar ik vond het fascinerend om ernaar te kijken. Die dames deden zulke, voor mij onmogelijke dingen op al die toestellen! Helemaal geconcentreerd op brug, balk, rekstok, enz. En dat terwijl er in dezelfde zaal nog meer wedstrijden gehouden werden en het publiek steeds duidelijk te horen was. Als je je daar niets van aan trekt en alleen met je eigen oefening bezig bent, ben je helemaal gefocust. Dat vraagt veel oefening, want hoe snel ben je afgeleid. Ik wel tenminste. Misschien komt dat ook wel door mijn beroep, daarbij moet je ogen voor en achter hebben, zeggen ze dan. Die had ik, volgens een bepaalde groep ook: zelfs als ik met mijn rug naar de klas stond, wist ik nog wie wat deed. Het heeft weken geduurd, voordat de kinderen door hadden, dat ik een raam als spiegel gebruikte.

Kijk, nu heb ik alweer een zijpad bewandeld, de focus op focus was weg. Die focus van die sporters vind ik interessant, maar ik heb ook vraagtekens. Vooral over het focussen op lange termijn.

Als voorbeeld noem ik Henk Grol, de judoka. Hij werd uitgeschakeld en zijn wereld stortte in. Zoals hij zelf zei, had hij zijn hele leven alleen voor judo geleefd, er alles voor gedaan om Olympisch goud te behalen. Hij was eerlijk genoeg om zichzelf de schuld te geven: “Ik was niet goed genoeg. Het is zoals het is”. Ja, die uitdrukking heb ik ook geleerd in de afgelopen jaren. Maar het valt niet mee om de dingen achter je te laten. Dat kost tijd. Wat ik me afvraag is, of het gezond is om je  leven op één ding te richten, met het grote risico, dat je je doel niet bereikt. Er zijn maar weinig gouden medailles, zilver en brons zijn minder waard en als je vierde wordt, ben je direct weer vergeten. Zijn de sporters zich hiervan bewust?  De vrouwelijke collega van Grol uitte zich heel anders, heel  emotioneel. Ik kreeg er kippenvel van en tegelijkertijd voelde ik iets van: Nou zeg, er zijn ergere dingen..

Ik heb bewondering voor al die sporters, die er zoveel voor over hebben om hun doel te bereiken. Ze zijn uiterst gemotiveerd, maar ik begrijp hun motivatie niet. Is het eerzucht, macht, roem, de beste willen zijn? Datzelfde vraag ik me trouwens ook af over de presidentsverkiezingen in Amerika: Wat drijft die kandidaten?

Mijn focus is vanmiddag gericht op het uitlezen van een Francisboek. Korte termijn doel, goed haalbaar en er verandert niets, als ik het doel niet zou bereiken.